De Plastinatiemethode

De tentoongestelde lichamen en organen zijn geplastineerd. Deze baanbrekende methode werd in 1977 door Gunther von Hagens uitgevonden. Plastinatie is een methode waarbij het weefselvocht met behulp van een speciaal vacuümproces vervangen wordt door reactiekunststoffen zoals bijvoorbeeld siliconenrubber. Het ontbindings- en verdrogingproces wordt hierdoor volledig beëindigd. Door de gepatenteerde plastinatiemethode is het mogelijk de binnenkant van het menselijk lichaam op een unieke manier te bekijken.


 

Plastinatie is een relatief eenvoudig proces dat werd uitgevonden om het lichaam te conserveren voor educatieve en onderwijsdoeleinden. Net als vele andere baanbrekende uitvindingen, is plastinatie eenvoudig qua concept:

                                                
  

 
 

1. Balseming en anatomische ontleding

Tijdens de eerste stap van het proces wordt formaline via de aders in het lichaam gepompt om afbraak tegen te gaan. Formaline doodt alle bacteriën en houdt op chemische wijze weefselafbraak tegen. Het huid-, vet- en bindweefsel worden met dissectie-instrumenten verwijderd om de individuele anatomische structuren voor te bereiden.


   
 

 
 
 
 

2. Verwijdering van lichaamsvetten en -vocht

In de eerste fase worden het lichaamsvocht en de oplosbare vetten aan het lichaam onttrokken door het in een bad met een oplosmiddel te plaatsen (bv. een acetonbad).

 


 
 
 
 

3. Doordringing onder vacuüm

Dit tweede vervangingsproces vormt de belangrijkste fase van plastinatie. Het aceton wordt vervangen door een reactief polymeer, zoals siliconenrubber, tijdens een doordringing onder vacuüm. Hiervoor wordt het specimen in een polymeeroplossing ondergedompeld en in een vacuümkamer geplaatst. Het vacuüm onttrekt het aceton uit het specimen en laat het polymeer tot in de laatste cel doordringen.


 

   
   
 
 
 

4. Positionering

Na de doordringing onder vacuüm wordt het lichaam in de gewenste houding gezet. Elke anatomische structuur wordt afzonderlijk rechtgezet en vastgemaakt met behulp van draden, naalden, klemmen en schuimblokjes.


 


 

5. Conservering (uitharding)

Tijdens de laatste fase wordt het specimen uitgehard. Afhankelijk van het gebruikte polymeer, gebeurt dit onder invloed van gas, licht of warmte. De ontleding en plastinatie van een volledig lichaam vergt ongeveer 1.500 werkuren en neemt gewoonlijk ongeveer één jaar in beslag.